1/4/2005 | Het Nieuwsblad | John Vervoort
Beroemde Sylvia Plath kon alleen in haar gedichten leven
Op 11 februari 1963 stak de Amerikaanse dichteres Sylvia Plath haar hoofd in de oven op haar Londense appartement en draaide ze de gaskraan open. Ze was dertig jaar, had twee kinderen en leefde al een tijd gescheiden van haar man, de Engelse dichter Ted Hughes. Toen twee jaar na haar zelfmoord de poëziebundel Ariel verscheen, werd Plath een van de meest gevierde dichteressen ter wereld.
Ariel is een verzameling superieure poëzie, in 2003 prachtig vertaald door de Nederlandse dichteres Anneke Brassinga. Ook haar beroemde gedicht Lady Lazarus , waarin ze schrijft over eerdere zelfmoordpogingen en al verwijst naar haar fatale poging, staat erin . Doodgaan/Is een kunst, zoals alles./Ik kan het meesterlijk./Ik kan het zo dat je sterft van de pijn./Ik kan het echt/Het is mijn roeping, zou je zeggen. Dat haar leven en haar poëzie zo tot de verbeelding spreken, blijkt ook uit de film Sylvia van twee jaar geleden, waarin Gwyneth Paltrow de titelrol speelt.
Uit de pas verschenen, kloeke selectie uit haar dagboeken komt een vrouw naar voor die aan de ene kant droomt van een alledaags en klassiek gezinsleven. Aan de andere kant is ze obsessioneel bezig met haar poëzie. Ze wil een gevierde schrijfster worden en krijgt depressieve buien wanneer dat niet meteen lijkt te lukken.
Vooral de constante twijfel over haar eigen talent sloopt haar. Ook haar complexe relatie met haar moeder is een bron van verdriet en pijn. Eigenlijk, beseft Plath, heeft ze altijd gehengeld naar de goedkeuring van haar moeder. Maar die kreeg ze niet, zodat alleen de twijfel overbleef. ,,Mijn angst voor afwijzingen hangt samen met de angst dat het betekent dat zij mij ook afwijst omdat ik geen succes heb''
Hulpeloze verdoving
Over haar huwelijk en breuk met Ted Hughes, een van de beroemdste Engelse dichters van de vorige eeuw, is al veel geschreven. Wanneer ze hem in 1956 in Amerika ontmoet, is ze meteen diep onder de indruk. Als hij terugkeert naar Engeland, schrijft ze: ,,Laat hem alstublieft komen en geef me de veerkracht en de moed die hem respect en belangstelling voor mij zullen inboezemen, en maak dat ik me niet met veel kabaal en hysterisch geschreeuw op hem stort: rustig, voorzichtig, kalm, kind, kalm.'' Ze trouwen en krijgen kinderen, maar Hughes heeft ook vriendinnen en samenleven met Plath is niet altijd even eenvoudig. ,,Heel depressief vandaag. Kan geen regel schrijven. Dreigende goden. Ik voel me verbannen naar een koude ster en voel alleen een verschrikkelijke, hulpeloze verdoving.'' De dagboeken 1950-1962 is een eerlijk en soms erg pijnlijk egodocument van een vrouw die volop van het leven wilde proeven maar dat schijnbaar alleen in haar gedichten kon.
To this day, Sylvia Plath's writings continue to inspire and provoke. Her only published novel, The Bell Jar, remains a classic of American literature, and The Colossus (1960), Ariel (1965), Crossing the Water (1971), Winter Trees (1971), and The Collected Poems (1981) have placed her among this century's essential American poets.
Sylvia Plath was born on October 27, 1932, the first child of Aurelia and Otto Plath. When Sylvia was eight years old, her father died--an event that would haunt her remaining years--and the family moved to the college town of Wellesley. By high school, Plath's talents were firmly established; in fact, her first published poem had appeared when she was eight. In 1950, she entered Smith College, where she excelled academically and continued to write; and in 1951 she won Mademoiselle magazine's fiction contest. Her experiences during the summer of 1953--as a guest editor at Mademoiselle in New York City and in deepening depression back home--provided the basis for The Bell Jar. Near that summer's end, Plath nearly succeeded in killing herself. After therapy and electroshock, however, she resumed her academic and literary endeavors. Plath graduated from Smith in 1955 and, as a Fulbright Scholar, entered Newnham College, in Cambridge, England, where she met the British poet, Ted Hughes. They were married a year later. After a two-year tenure on the Smith College faculty and a brief stint in Boston, Plath and Hughes returned to England, where their two children were born.
Plath had been successful in placing poems in several prestigious magazines, but suffered repeated rejection in her attempts to place a first book. The Colossus appeared in England, however, in the fall of 1960, and the publisher, William Heinemann, also bought her first novel. By June 1962, she had begun the poems that eventually appeared in Ariel. Later that year, separated from Hughes, Plath immersed herself in caring for her children, completing The Bell Jar, and writing poems at a breathtaking pace.
A few days before Christmas 1962, she moved with the children to a London flat. By the time The Bell Jar was published under the pseudonym Victoria Lucas, in early 1963, she was in desperate circumstances. Her marriage was over, she and her children were ill, and the winter was the coldest in a century. Early on the morning of February 11, Plath turned on the cooking gas and killed herself.
Plath was posthumously awarded a Pulitzer Prize in 1982 for her Collected Poems.