Daniëlle van de Ven

Het vuur, de zee

In Het vuur, de zee ontwikkelt Antoinette Cosway zich van kind tot jonge vrouw, gevangen tussen twee werelden, in een tropische tuin waar uitbundig orchideeën bloeien, maar waar ook de geur van dode bloemen zich mengt met het levend groen. De binnenwereld van de buitenstaander. Een vrouw die vecht voor haar eigenheid, ondanks isolement en waanzin. Haar strijd herinnert ons aan de geheimen die wij allen in ons dragen.

Inspiratiebron voor de voorstelling is de roman Wijde Sargasso Zee van Jean Rhys (1890~1979). Tussen het Caribische eiland waar de schrijfster opgroeide en het Europa waar zij later terechtkwam ligt de Sargasso zee. Een niemandsland tussen twee culturen: de plaats waar je niemand bent en nergens bij hoort.

"Te veel blauw, te veel purper, te veel groen. De bloemen te rood, de bergen te hoog, de heuvels te dichtbij. En de vrouw een vreemde."
  • idee/spel: Daniëlle van de Ven
  • tekst/begeleiding/soundscape: Sam Bogaerts
  • dramaturgie: Marijn de Langen
  • toneelbeeld: Marlies Schot
  • lichtontwerp: André Pronk
  • techniek: Tim C. Bosselaar
  • productieleiding: Pol Wijnberg
  • zakelijke leiding: Prisca Maas
  • publiciteit: Marjan Moes
  • website: kunst/en/web, Gent
  • grafische vormgeving en fotografie: Studio Matusiak, Pauline Matusiak
  • producenten:
    • Laswerkplaats, Amersfoort
    • theater De Lieve Vrouw, Amersfoort
    • Grand Theatre, Groningen
  • speeldata:

ontwikkeling

Al hebben de voorstellingen een literair uitgangspunt, ze zijn niet louter talige voorstellingen. Het team werkt vanuit een grondige voorbereiding en studie, om het onderwerp vervolgens in de repetities vanuit de mime-traditie vorm te geven: als maker/speler op de vloer (veelal fysiek) materiaal ontwikkelen. Vanuit Bogaerts' ervaringen met dramatische improvisaties zoeken we een evenwicht tussen wat voorbereid is, en wat elke voorstelling hier en nu ontstaat (cfr de pagina Zijn of Spelen). Het publiek was na het zien van Wraakoefening aangenaam verrast dat de voorstelling, gebaseerd op een dichteres, zo weinig taalmomenten kende. De essentie van haar werk en wezen was in plaats van in taal, gevangen in beelden, muziek en geluid. Dit stijlkenmerk wordt in Het vuur, de zee verder uitgediept.

inleiding

Daniëlle van de Ven

"Ik verlang naar dingen die me uiteindelijk kapot zullen maken." Sylvia Plath, dagboek

Plath doelde op haar sterke verlangen om samen te vallen met haar binnenwereld, met wie zij werkelijk was. Na het schrijven van de dichtbundel Ariël, waarin het haar eindelijk lukte haar diepste wezen in taal uit te drukken, pleegde zij zelfmoord. Dit gegeven fascineert mij: kon zij niet leven met wie zij werkelijk was? Meer algemeen: kunnen wij leven met wie we werkelijk zijn? Of hebben we de (literaire) verbeelding nodig om te kunnen bestaan?

De komende jaren wil van de Ven zichzelf ten doel stellen twee voorstellingen te maken, geïnspireerd op dit onderwerp en de schrijfsters Jean Rhys en Marquerite Duras, die ieder op hun eigen wijze met de grenzen tussen fictie en non-fictie hebben gespeeld en/of er de dupe van zijn geworden. Om daarmee het drieluik te completeren dat is ingezet met de voorstelling Wraakoefening (2007~2008), over de Amerikaanse dichteres Sylvia Plath, die eerst in poëzie stierf om vervolgens in het echte leven zelfmoord te plegen.

Het is niet de bedoeling om postuum een ode te brengen, maar om via deze vrouwen een weg te banen naar haarzelf en onszelf in déze tijd en met de vragen van deze tijd. Het vuur, De zee is de tweede voorstelling in dit kader.

Jean Rhys

artistiek concept

"We hadden een papegaai die Coco heette, een groene papagaai. Hij kon zeggen 'Qui est là? Qui est là?' En dan gaf hij zelf antwoord: 'Che Coco, Che Coco'."

Qui est la, letterlijk vertaald wie is daar, maar in onze opvatting ook wie ben ik?, vormt de basis van onze interpretatie van het boek. Vanuit die vraag verbeelden we een zoektocht naar eigenheid. We doen dit vanuit het perspectief van het hoofdpersonage Antoinette.

de binnenwereld van de buitenstaander

In Het vuur, De zee ontwikkelt Antoinette zich van kind tot jonge vrouw, gevangen tussen twee werelden. Tussen het Caribische eiland waar schrijfster Jean Rhys opgroeide en het Europa waar zij later terechtkwam ligt de Sargasso zee. Niet voor niets koos Rhys de naam van deze zee als titel voor haar boek. De Sargasso zee symboliseert het niemandsland tussen twee culturen: de plek ertussenin, de plaats waar je niemand bent en nergens bij hoort. Het nergens bij horen vormt het vertrekpunt van de voorstelling. "Je hoort er niet bij, je bent niet een van ons. Je bent een witte kakkerlak." Door de voortdurende afwijzing raakt Antoinette, het hoofdpersonage in het boek en de voorstelling, van zichzelf vervreemd. Qui est la? Wie ben ik, waar hoor ik thuis? Vanaf haar prille jeugd is er de blik van de ander: De afwijzende blikken van haar moeder, de bediendes, de arbeiders, haar enige vriendin. Om zich daaraan te ontrekken begint ze te leven in haar eigen wereld, de grens tussen werkelijkheid en verbeelding wordt diffuus.

Onze opvatting daarbij is dat Antoinette uiteindelijk niet zozeer waanzinnig wordt, zoals door haar omgeving wordt gezegd, maar eerder onbegrepen is en ontworteld: Ze is een vrouw die vecht voor haar eigenheid, ondanks isolement, waanzin en opvattingen van haar tijd.

de blik van de ander

"En als het messcherpe gras in mijn benen en armen sneed dan dacht ik: Beter dan mensen."

We kiezen voor de vorm van een solo, omdat we specifiek willen focussen op het isolement en de gedachtewereld van Antoinette. De voorstelling is gericht op de vormgeving van haar binnenwereld en het uit elkaar trekken daarvan in stadia. Daarom zijn in Het vuur, De zee de andere personages uit het boek - de anderen - niet lijfelijk op het toneel aanwezig. We gaan op zoek naar een theatrale vorm waarbinnen de blikken en de meningen van de anderen op een andere manier voelbaar worden. Dit willen we onder andere doen door het gebruik van een of meerdere stemmen op band. De stem van de ander in Het vuur, De zee is als die van de papegaai; hij jaagt aan, beveelt, verleidt, beschrijft en dwingt haar tot reflectie en weerwoord. Antoinette kan beurtelings de stem opvolgen, links laten liggen of raadplegen.

De niet-lijfelijke aanwezigheid van een personage biedt meer ruimte voor interpretatie: Van wie is deze stem en waar komt hij vandaan? Zit hij in haar hoofd, is zij het zelf, zijn het de omstanders?

geheim

Een belangrijke dimensie in Wide Sargasso Sea is de wereld die wordt opgeroepen tussen de woorden door. Een wereld van dubbelzinnigheden en geheimen. Voelbaar in de bedrukkende schoonheid van het eiland: "Te veel blauw, te veel purper, te veel groen, de bergen te hoog, de heuvels te dichtbij"; of de verborgen seksualiteit die kan zitten in de beschrijving van bv. een tuin: "Onze tuin was groot en mooi, net als de tuin in de bijbel, waar de boom des levens stond. Maar hij was doorgeschoten." Op het eiland van Antoinette staat een vulkaan. Deze vulkaan is voor ons een metafoor voor deze spanning in Antoinette en haar omgeving: Een vulkaan die op uitbarsten staat, geladen, broeiend. In Het vuur, De zee gaan we op zoek naar een manier om deze geladenheid voelbaar en tastbaar te maken.

dramaturgie: van de zee naar het vuur

Aangezien niet de anekdote van het boek centraal staat, maar de vraag Qui est là?, volgen we in de voorstelling niet de volledige narratieve structuur van het boek. De voorstelling is een opeenvolging van de verschillende stadia in de ontwikkeling van het hoofdpersonage, van haar vroege jeugd tot haar volwassenheid. Haar eenzaamheid, haar verbond met de natuur, haar eigen wereld, haar vermeende waanzin. Van de zee naar het vuur: van verdriet naar wraak en van niet handelen naar handelen. De toeschouwer wordt getuige van de opeenvolgende stadia, en de onvermijdelijkheid daarvan. Daarbij zijn we tevens geïnspireerd door de driedeling die in het boek wordt aangehouden; het verloop van de dag, via de schemer naar de nacht.

schrijfster, personage en actrice

"Ik schrijf alleen maar over mezelf."

In Wide Sargasso Sea laat Jean Rhys haar personage dezelfde strijd leveren als die zij zelf heeft geleverd. Ons fascineert de grens tussen zijn en niet-zijn van personage en schrijfster: de zorgvuldig opgebouwde identiteit die je zomaar kunt verliezen. Het schemergebied tussen controle en verlies: het personage Antoinette dat haar verstand verliest, de schrijfster Jean Rhys die haar romanpersonage wordt: In de autobiografie die na Wide Sargasso Sea verscheen, schreef ze over zichzelf als wàs ze Antoinette. Dit gegeven raakt ons: haar leven lang vroeg Jean Rhys zich af wie ze was en waar ze bij hoorde, om uiteindelijk thuis te komen in haar fictie.

We willen de grens tussen schrijfster en personage uitwerken in de voorstelling door de transparante laag op te zoeken tussen actrice, personage Antoinette en schrijfster Jean Rhys. Dit doen we door performance elementen toe te passen in de voorstelling: de voorstelling gaat niet over een bepaald persoon, maar wordt gemaakt vanuit een bepaald persoon. De persoon (in dit geval Antoinette Cosway/Jean Rhys) biedt een ingang en een kader eigen geest, gedragingen en wereldbeeld te onderzoeken. De makers leggen zichzelf als het ware op een snijplank en zoeken naar een manier om zich - op het moment - te verhouden tot de inhoud. Zo wordt de grens opgezocht tussen verbeelding en werkelijkheid: Hoe ver kun je gaan in je waanzin? Wanneer verlies je de controle? Hoe kun je op het toneel met vuur spelen? Is het mogelijk op het toneel te zijn wie je werkelijk bent? Qui est la?

vormgeving

De vormgeving zal ontstaan tijdens het proces. Vormgever Marlies Schot is gewend aan deze werkwijze, de vormgeving van Wraakoefening is op dezelfde manier ontstaan. Zij zal aanwezig zijn bij repetities en vanuit wat er ontstaat op de vloer een beeld ontwerpen dat een volwaardige tegenspeler vormt voor de actrice. Doel is een krachtig beeld te vinden dat de inhoud niet illustreert, maar een op zichzelf staande betekenis in zich draagt gelijkwaardig aan de actrice; dat de actrice uitdaagt zich te meten aan deze vormgeving. Zoals bij Wraakoefening de vormgeving een volwaardige tegenspeler werd: de imposante wand met de rand die ons beperkte en uitdaagde tegelijkertijd.

werkwijze: een boekverwezenlijking

Het boek met bovengenoemde thema’s als uitgangspunt vormt de voornaamste leidraad voor de voorstelling Het vuur, De zee. We zullen beginnen het boek in te delen in verschillende stadia; ingangen voor deze analyse kunnen zijn de psychologische ontwikkeling van het hoofdpersonage Antoinette, maar ook gebeurtenissen in de tijd die haar hebben gevormd, of anderszins belangrijk zijn. We zullen ons allereerst laten leiden door onze intuïtie in wat we kiezen en vervolgens samen nagaan of de scène blootlegt wat we voelbaar willen maken: (het ontstaan van) Isolement en hoe de gebeurtenissen die je overkomen vat kunnen krijgen op de vorming van een identiteit en de uiteindelijke vervreemding van die realiteit. De indeling in stadia en van daaruit de inventarisatie van scènes is onze houvast in de verbeelding van de binnenwereld van de buitenstaander, en de vormgeving van de stemmen van haar omgeving. Per scène gaan we bekijken op welke manier we deze willen verbeelden; dat kan zijn door het tekstfragment op zich vorm te geven op het toneel, maar kan ook een verbeelding betekenen van de inhoud van de tekst door middel van beweging en/of geluid. Het vuur, De zee wordt geen boekbewerking, maar een voorstelling die we een boekverwezenlijking zouden willen noemen. Daarmee bedoelen we dat we niet proberen om het verhaal te vertellen, maar dat we er een personage uit lichten en haar gedachtewereld verwezenlijken: Tot werkelijkheid laat komen.

Zoals Jean Rhys de gekke vrouw op zolder uit Charlotte Brontë’s Jane Eyre heeft genomen als uitgangspunt voor haar boek, om daarmee haar eigen verhaal te vertellen, zo willen wij op onze beurt Jean Rhys' personage Antoinette als uitgangspunt nemen voor het creëren van een voorstelling met een eigen bestaansrecht en betekenis. We willen een op zichzelf staande wereld neerzetten op het toneel, een universum met een eigen logica, een wereld die het publiek niet kent, maar wel herkent. De voorstelling moet een ervaring worden, een gebeurtenis. Om dit te bereiken is het uitgangspunt die van het niet louter spelen, maar eerder een streven naar zijn op het toneel. Improvisatie is daarbij een belangrijk middel, maar is niet het doel op zich. Sam Bogaerts heeft zich de laatste jaren als dramadocent aan de Hogeschool Gent samen met o.a. collega Jan Steen gespecialiseerd in >het Zijn in het Spelen door te experimenteren met dramatische improvisatie: spelers die zich zonder repetities op het podium begeven, met slechts enkele gemeenschappelijke kernwoorden en afspraken, met als doel nièt een naturalistisch kopiëren van realiteit, maar vormen van drama oftewel dramatische kunst.

arrow up | pijl naar boven